HOLTHONE – Tientallen oranje vlaggetjes staan op een perceel van landgoed De Groote Scheere in Holthone. Het resultaat van een ochtend speuren naar sporen van de Slag bij Ane. Daarnaast is er nog een belangrijk (maar onzichtbaar) doel. Veteranen met PTTS en/of fysieke verwondingen zetten hun kennis in. “Het is voor hen geen therapie, maar we zijn wel therapeutisch bezig”, zegt Hans van de Ven.
In het dagelijks leven werkt hij bij het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht. Deze week is Van de Ven projectleider namens Recovery on the Battlefield (ROTB). ‘Zijn’ team in Ane telt deze week 35 mensen, waarvan 19 veteranen. Elf daarvan hebben een aandoening. Veteranen is een breed begrip, want iedereen die in geüniformeerde dienst heeft gediend (bijvoorbeeld politie) is welkom. In de zoektocht in Holthone wordt schouder aan schouder gewerkt met Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en detectoramateurs van de Stichting Overstichtse Oorlogen (SOO). Het geheel is daarmee niet alleen de kans om een middeleeuws slagveld in ons land systematisch te onderzoeken. Het heeft een maatschappelijke meerwaarde door re-integratie en persoonlijke ontwikkeling. Dat is de theorie.
Testputten
In de praktijk staan op maandagochtend veel mensen in een veld in Holthone. Met linten zijn vakken afgezet en met metaaldetectoren wordt systematisch gezocht naar metalen voorwerpen. Booronderzoeken (voor inzicht in de bodemopbouw) helpen om de vermoedelijke vindplaatsen op te sporen. Ook is gekeken wat op welke locaties de afgelopen jaren al is gevonden. Bij een vermoedelijke vondst wordt een oranje vlaggetje geplaatst en de coördinatoren vastgelegd. Ondiepe vondsten kunnen direct worden opgegraven en geïnventariseerd. Een aantal diepere vondsten wordt later deze week onderzocht met kleine opgravingen cq testputten. Deze week zijn er dus geen grootschalige opgravingen. “Het potentiële gebied is twintig hectare. Wij proberen deze week een zo groot mogelijk terrein te bestrijken”, weet Van de Ven.
tekst gaat verder onder foto

De organisaties willen geen hoge verwachtingen wekken. “Op het slagveld worden vooral metalen vondsten verwacht, zoals wapendelen, projectielen, uitrustingsstukken, paardentuig, munten en hoefijzers. Al zal hun aantal vermoedelijk beperkt blijven”, wordt in een brochure aangehaald. Ook zullen de onderzoekers metalen voorwerpen vinden uit bijvoorbeeld musketkogels uit de Tachtig Jarige Oorlog. Tenslotte is in het verleden de bodem ‘verrijkt’ met huisvuil uit het westen van ons land, aangevoerd door schepen die op de heenreis turf brachten naar steden als Amsterdam. En dan is er constatering dat veel centen worden aangetroffen. Of een boer dat te weinig waarde vond hebben of dat het een offer was? “Het zou mooi zijn als wij aannemelijk kunnen maken dat hier gevochten is”, zegt de projectleider.
Slagveld
Want afgezien dat het een spannende gebeurtenis is voor archeologen en mensen met een metaaldetector, is er ook het besef dat dit het mogelijk terrein van een slagveld is. Een plek waar bijna achthonderd jaar geleden chaos heerste met gevechten en vluchtende mensen. Het is moeilijk voor te stellen in deze rustige omgeving. Een deel van de aanwezigen kan dat wel. Zij hebben gediend in landen als Libanon en Afghanistan. Door wat zij beleefden, kwamen zij ziek thuis te zitten. Dergelijke projecten geven hen de kans om nieuwe vaardigheden te krijgen en om hun kennis te delen. Van de Ven omschrijft het treffend: “Mensen uit hun schulp laten komen. Militairen hebben een verwonding opgelopen op het slagveld en dit slagveld kan therapeutisch werken.”
Waterloo
De projectleider spreekt met gezag. Hij is zelf uitgezonden geweest en heeft gewerkt bij een revalidatiecentrum. Daarnaast is hij in 2015 benaderd door Engelse militairen, die soortgelijk onderzoek deden in Waterloo. In Nederland bestond zoiets nog niet en ook had RCE al langer de ambitie om een middeleeuws slagveld in ons land systematisch te onderzoeken. Al die wegen leiden deze week naar Ane. Of eigenlijk in de buurt van Ane, want de borden geven Holthone aan. “Wat de veteranen kunnen toevoegen? Op een andere plek zei een van hen dat hij met oog op het terrein als militair die vluchtroute zou hebben gekozen. Het was inderdaad de juiste plek. Ook hebben zij veel kennis van bijvoorbeeld allerlei soorten munitie.”
Saamhorigheid
Terwijl de groep zich verzameld om te gaan lunchen (historisch onderzoeker Bert Finke zorgt voor de inwendige mens en het zijn geen eenpansgerechten) valt de saamhorigheid op, die nu al is ontstaan. Dat gevoel zal deze week groter worden dankzij onder meer het avondprogramma in de bivak met gelijkgestemden. Een laatste vraag aan Van de Ven is of hij altijd zo goedlachs is of dat dit komt door deze bijzondere setting met deze mensen in Holthone. “Dit maakt mij gelukkig”, zegt hij als hij een blik over het terrein en de aanwezigen laat glijden.
Tekst en foto: Wim de Jonge
