HARDENBERG – Ze deden het al eerder in Dalfsen en in andere gemeenten, maar de afgelopen weken heeft de actiegroep Jonge Sassen ook in diverse kernen van de gemeente Hardenberg de officiële komborden voorzien van Nedersaksische plaatsnamen.
In dorpskernen als Gramsbergen, Bergentheim en Ane zijn de komborden aangevuld met stickers waarop de plaatsnamen staan zoals ze in het Nedersaksisch worden geschreven. De actiegroep zegt hiermee drie doelen na te streven. Ten eerste wil ze ‘de Nedersaksische taal de plek teruggeven die het verdient’, namelijk in het hart van de samenleving en zichtbaar in het straatbeeld.
Daarnaast hopen de actievoerders te bevorderen dat de samenleving het Nedersaksisch actief omarmt. Dat kan bijvoorbeeld door gemeenten structureel te laten overstappen op tweetalige plaatsnaamborden. Volgens hen is dat nu het juiste moment, omdat steeds meer plaatsnaamborden worden vervangen door nieuwe varianten met een skyline. Maar op die nieuwe borden worden de Nedersaksische namen nog steeds niet vermeld.
Anoniem
Jonge Sassen is een actiegroep van een tiental jongeren, tussen de 20 en 30 jaar, legt een woordvoerder uit – uiteraard in het Nedersaksisch. “Voor de meesten van ons is het de tweede taal die we spreken, na het Nederlands. Maar we vinden het wel heel belangrijk dat deze taal blijft leven en een plek blijft houden in de hedendaagse maatschappij.”
Hij wil liever anoniem blijven, “want wat we doen is in feite illegaal.” Niet dat gemeenten er tot dusver heel moeilijk over doen. In veel gevallen leiden de stickers niet tot enige reactie van de lokale overheid, ook niet tot het verwijderen ervan. “In Dalfsen liet de wethouder (Jan Uitslag, red.) weten dat hij graag met ons in gesprek wild komen”, aldus de woordvoerder. “Dat is ook gebeurd en het werd een gemoedelijk gesprek waarin hij zijn waardering voor het Nedersaksisch uitsprak en ook vindt dat deze taal het waard is om gekoesterd te worden.”
Erkenning met verplichting
Maar aan dat koesteren ontbreekt momenteel nogal vanuit de landelijke overheid, zo vindt de actiegroep. Jonge Sassen streeft ernaar dat het Nedersaksisch een zogeheten Deel III-erkenning krijgt onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Dat zou namelijk een verplichting inhouden tot ‘structurele steun’, iets wat op dit moment nog niet aan de orde is. Tot dusver heeft het Nedersaksisch namelijk slechts een Deel II-status. “En dat is in de praktijk te vrijblijvend”, constateren de actievoerders.
“Het is de hoogste tijd dat de Rijksoverheid haar – ook financiële – verantwoordelijkheid neemt. Daarom streven wij ernaar dat het Nedersaksisch onder Deel III van het Europees Handvest ondergebracht wordt en dat de provincie Overijssel zich hier hard voor maakt.”
Een verplichting op basis van Deel III houdt in dat de overheid concrete, structurele steun moet verlenen aan het gebruik van de taal in het openbare leven en het onderwijs. Of het zover komt is de vraag, want Jonge Sassen is tot de conclusie gekomen dat het Rijk hier bepaald niet op zit te wachten.
Tegenwerking
“Uit documenten die recentelijk via de Wet open overheid (Woo) openbaar zijn gemaakt, blijkt dat het Rijk bij een eerdere poging, zo’n 15 jaar geleden, significante inspanningen heeft geleverd om het proces richting een Deel III-erkenning voor het Nedersaksisch actief af te weren”, aldus de actiegroep in een persbericht. Het Rijk zou bang zijn voor extra kosten en mogelijke precedentwerking ten opzichte van talen in een soortgelijke positie, zoals het Limburgs en het Papiaments.
Uiteindelijk moest de regio waar Nedersaksisch werd en wordt gesproken akkoord gaan met een convenant waarin de expliciete voorwaarde was opgenomen dat deel III-erkenning niet meer zou worden nagestreefd. Het Papiaments heeft die Deel III-status inmiddels wel gekregen, en ook het Limburgs koerst momenteel actief af op deze hogere status en het bijbehorende beschermingsniveau. “Er is geen enkele valide reden meer waarom het Nedersaksisch zou moeten achterblijven”, vinden de actievoerders.
Bewuste strategie
Volgens Jonge Sassen laat een recente evaluatie van het ‘Convenant Nedersaksisch’ zien dat de Rijksoverheid gemaakte afspraken en toezeggingen niet altijd nakomt, en dat zonder enige verklaring of uitleg. En dat is volgens de actiegroep niet uit nalatigheid. “Het is een bewuste strategie om structureel de verantwoordelijkheid onder het Handvest uit de weg te gaan.” Volgens hen blijkt uit de opgevraagde Woo-stukken dat de Rijksoverheid ‘de afgelopen dertig jaar meer energie (heeft) gestoken in het vertragen en blokkeren van initiatieven en het afhouden van de Deel III-status dan het daadwerkelijk ondersteunen van de taal en het voldoen aan de geest van het Handvest.’
Doorgaan
Tot dusver hebben de jongeren hun stickeractie in een handvol gemeenten uitgevoerd, waaronder ook enkele grotere. Maar ze zijn wel van plan ermee door te gaan, als het even kan totdat het hele Nedersaksische taalgebied bestreken is. In elk geval het Nederlandse deel, want het gebied waar deze officieel erkende regionale taal werd of nog wordt gesproken strekt zich uit tot een groot deel van noord-Duitsland. Binnen Nederland komen lokale varianten voor in Groningen, Drenthe, Overijssel, de Gelderse regio’s Veluwe en Achterhoek, het oostelijk deel van de provincie Utrecht, op Urk en in Flevoland.
Opvallend detail van de actie: de bestickering en belettering is in de ene gemeente beter zichtbaar dan in de andere. Hoe dat komt? “We krijgen die stickers langs verschillende wegen. Soms via internet en soms via eigen printers. De kwaliteit varieert, en de ene keer zijn de letters zwart en de andere keer wit. Dat sluit niet altijd even goed aan op de achtergrond. We zoeken nog naar een manier om dat wat professioneler aan te pakken.”